Op 8 januari 2018 hebben we versie 2.8 vrijgegeven. Zorg dat deze versie op je telefoon of C1 staat. Hieronder behandelen we de volgende vragen:

  1. Hoe kan ik controleren welke versie ik geinstalleerd heb?
  2. Hoe installeer ik versie 2.8
  3. Welke functies bevat versie 2.8?


1. 


Hoe kan ik controleren welke versie ik geinstalleerd heb?


Open je app en klik op de drie puntjes rechtsboven. Kies uit het menu "Over" > Versie. Je moet dan zien:

Als er niet DB 2.8 App 2.8 staat, dan adviseren we je de app te updaten.


2.

Hoe installeer ik versie 2.8?

Als je de app via Google Play geinstalleerd hebt, dan gaat de update automatisch - of je krijgt bericht van Google dat er een update beschikbaar is.


Op de C1 kan je de update installeren met deze aanwijzingen.


3. 

Welke functies bevat versie 2.8?

Versie 2.8 bevat de volgende functies:

  • Geboorte (Kies "Reproduktie").
    • Alle velden zijn optionee
    • Handinvoer toegestaan. Let op: voor neiuwe dieren is een 15-cijferig levensnummer vereist, warbij NL = 528 (BE = 056).
  • Aanvoer (verbeterd)
    • Tijdelijke aanvoer in beta. 
  • Adresboek (verbeterd)


Plus de functies van eerdere versies:

  • diersoort per UBN vastleggen
  • meer dan 1 gebruiker toevoegen
  • apparatuur keuze vastleggen (standaard = geen; opties zijn C1 of Shearwell stick reader via BT)
  • groepen maken en wijzigen
  • groepen afvoeren, met VKI
  • transportdocument als PDF naar app halen
  • VKI als PDF naar app halen
  • adresboek toevoegen en verwijderen
  • sterfte meldingen (aantal, werknummer of levensnummer)
  • omnummeren (oude nummer handmatig ingeven; scannen of oude nummer is onbekend)
  • medicijnmeldingen
    • maximaal drie behandelingen per melding (dus per dier of per groep)
  • groepen maken, wijzigen of aanvullen
    • groep kan ook "weide" zijn, in welk geval we de geschiedenis vasthouden


Toelichting op gebruik van groepen:

Je maakt een nieuwe groep door op de rode plus te drukken. Je kan dieren aan een groep toevoegen door de groepnaam aan te klikken.


We gebruiken het begrip ALIAS voor het werknummer. Je kan het werknummer ook vervangen door bijvoorbeeld een borstnummer. In dat geval moet je bij ALIAS het borstnummer invoeren. Klik op "VOEG TOE" als je klaar bent met scannen. Als je werknummers (ALIASsen) toevoegt, moet je per nummer op VOEG TOE klikken.


De C1 piept en trilt als je een nummer scant. De vier laatst gescande nummers tonen we in het scherm.

Indien je een hoge pipe hoort en dubbele tril voelt, dan heb je dit nummer reeds eerder gescand.

Als een nummer onbekend is (en dus OF op de accordatielijst, OF op de inactieflijst komen), dan hoor je een lage brom, voel je een lange tril en krijg je een foutmelding in je scherm.